De menubalk bevindt zich bovenaan het scherm en bevat alle hoofdmenu’s waarmee je Photoshop bestuurt. Elk menu heeft een specifieke functie:
-
Bestand (File) – Openen, opslaan, exporteren en afdrukken van bestanden.
-
Bewerken (Edit) – Acties zoals ongedaan maken (Undo), knippen, plakken en voorkeuren aanpassen.
-
Afbeelding (Image) – Aanpassingen aan formaat, resolutie, kleur en canvas.
-
Laag (Layer) – Nieuwe lagen maken, lagen groeperen, samenvoegen en laagstijlen toepassen.
-
Selecteren (Select) – Gebieden selecteren, aanpassen, omkeren of uitbreiden.
-
Filter (Filter) – Effecten en bewerkingen toepassen, zoals vervagingen of artistieke filters.
-
Weergave (View) – Zoomniveau, hulplijnen, raster en schermweergave instellen.
-
Venster (Window) – Panels tonen of verbergen, zoals Lagen, Historie of Penselen.
-
Help (Help) – Toegang tot hulpbestanden, updates en systeeminformatie.